Mijn verlanglijst voor het Sinterklaasfeest in 1973 was lang, maar één ding wilde ik heel graag hebben: een dagboek met een slotje erop. Wat was ik blij toen ik het uitpakte! Ik was acht jaar oud en begon regelmatig te schrijven hierin. Twee maanden later verhuisde ik met mijn ouders, broer en zus naar een land met een heel andere taal dan de mijne en waar ik niet meteen vriendinnen had. Aan mijn dagboek vertrouwde ik mijn belevenissen toe.
Vijf jaar woonden we in dat land, met een andere cultuur, geschiedenis en religie. Ik ervaarde dat het goed spreken van de taal cruciaal was om me daar thuis te voelen. Door middel van taal kon ik de ander begrijpen en zelf begrepen worden. Zo voelde ik me verbonden.
Later leerde ik dat het niet alleen gaat om de verbinding met de mensen om me heen, maar vooral met mezelf. Woorden kunnen geven aan wat ik voel geeft mij houvast in mijn leven.
En dat had ik hard nodig toen ik een paar jaar geleden hoorde dat mijn man ongeneeslijk ziek was. Ik schreef in mijn dagboek, meer dan ooit. Na verloop van tijd kon ik de rauwe tekst verwerken in lopende zinnen, door mijn tranen heen helder krijgen waar het echt om ging. De verhalen die ontstonden deel ik met jou in mijn blog.
Ik woon in het midden van het land en heb twee studerende en uitwonende kinderen: Ilse (25 jaar) en Ruben (22 jaar).
Wil je meer weten over mij? Via mijn boek leer je mij beter kennen.
© 2025 Letty van Egmond
Realisatie door Bureau BADE