In één keer voel ik het: tijd om Hugo meer los te laten. Elke keer als ik de asbus zie, voelt hij nog dichtbij. Maar ik vind het ook een vervelend idee dat hij hierin opgesloten zit. Zijn vrijheid was hem lief. Wie ben ik om hem dan hier op deze manier bij me te houden? Hij leeft toch wel voort in mij.
De plek hadden Hugo en ik al afgesproken. Als de dag dichterbij komt ben ik zenuwachtig. Doen alsof dit een gewone wandeling is, helpt. Ik zet thee in een thermosfles, stop wat eten in mijn rugzak en natuurlijk dé bus.
Na een korte wandeling ga ik eerst op de afgesproken plek zitten. Zie de bomen om me heen, ruik het mossige van de natte aarde. Een ongelooflijk gevoel van missen overvalt me. Alsof ik weer bij de uitvaart zit. Herinneringen komen op, de verschillende muzieknummers, flarden tekst. Zijn foto. Een heel helder beeld.
Dan sta ik op. Tijd om weer afscheid te nemen. Ik open de bus en met een zwier in de lucht leeg ik die. Daar gaat hij, meegenomen door de wind. Om los op de aarde te vallen. En op mijn rugzak. Eerst baal ik, hij had dit vast beter voorbereid, eerst naar de windrichting gekeken. Maar dan glimlach ik. In gedachten hoor ik hem zeggen: “Zo ben ik toch nog een beetje bij je”.
september 2025
© 2025 Letty van Egmond
Realisatie door Bureau BADE