Hugo’s gezicht ziet rustig. Zijn ogen zijn dicht, de oogkassen ingevallen, de wangen bleek. Zijn borstkast gaat niet meer op en neer. Ik pak zijn hand. Koud. Paniek overvalt me: nee, dit kan niet! Niet nu al! Ik stuif naar beneden, naar de kinderen. Ze komen mee en kijken. Er is geen ontkomen aan: Hugo is overleden.
Wat nu? denk ik. Trillend bel ik het mobiele nummer van de huisarts. Het liefst wil ik dat hij komt, maar dat kan niet. De arts van dienst moet de lijkschouwing doen, die moet gebeld worden. Gelukkig neemt hij dat van mij over.
Ondertussen bel ik mijn ouders, broer en zus. Het doet me goed hun stemmen en troostende woorden te horen. Mijn zus biedt aan de volgende dag te komen, ik word er meteen rustiger van.
Dan staat de dienstdoende arts voor de deur, hij condoleert me. "Klopt het dat…?" en geeft een korte samenvatting van het verloop van de ziekte. Ik knik. De woorden die anders moeiteloos uit mijn mond komen om dit aan te vullen tot een verhaal, blijven steken in mijn keel.
Stil lopen we de trap op. Als ik de deur opendoe overvalt het beeld me: de man die daar ligt is niet de Hugo die ik ken en tegelijkertijd ook wel.
De kinderen wachten met mij aan de eettafel. Even later ligt daar de verklaring van overlijden van de arts. Nu pas kan ik de uitvaartonderneming bellen. Ik krijg een allervriendelijkste stem aan de telefoon, meelevend en geruststellend. Ze komen eraan.
Ik verzet mijn auto zodat de lijkwagen op de oprit kan staan en verbaas me over mijn vermogen nog logisch te kunnen nadenken. Mijn altijd verstandige hoofd heeft de leiding genomen want mijn lichaam wil niet erg. Dat lijkt ergens stilgevallen in een tijd en ruimte waar ik niet bij kan en waar een echo klinkt: "Nee! Dit kan niet. Niet nu al!"
november 2024
© 2025 Letty van Egmond
Realisatie door Bureau BADE